Eekhoorntjes ABC

Eekhoorntjes ABC (Rubinstein, 2014) is een heruitgave van een Gouden Boekje dat eerder (1998) verschenen was bij De Bezige Bij onder de titel Letters vangen in een net – ander omslag, andere titel, zelfde boekje. Chipmunk’s ABC, zoals het in de Amerikaanse uitgave van 1963 heette,  kreeg bij Rubinstein dus zijn oorspronkelijke titel terug. De vertaling werd een heel klein beetje herzien.

Roberta Miller (tekst), Richard Scarry (illustraties), Eekhoorntjes ABC, vertaling Nicolaas Matsier, Rubinstein, 2014; het werd opgenomen in Richard Scarry’s Grote Gouden Boek, Rubinstein, 2019

Een hut voor Hansje

Het oorspronkelijke Amerikaanse Gouden Boekje Jack’s Adventure verscheen in 1958. De vertaling, Een hut voor Hansje, verscheen een halve eeuw later. Het is een eenvoudige geschiedenis. Hansje wil een hut. Een blokhut voor als hij cowboy is. Een tipi voor als hij indiaantje speelt. Hij bouwt hem helemaal zelf. De vader werkt pas op het laatst mee.

Edith Thacher (tekst), John P. Miller (illustraties), Een hut voor Hansje, vertaling Nicolaas Matsier, De Bezige Bij, 1998, herdrukt door Rubinstein, 2011

Een leerstoel in fatsoen

In 1981 hield Stefan Themerson in de Leidse Pieterskerk, hij stond op de preekstoel, de prestigieuze Huizinga-lezing, een jaarlijks, gecombineerd initiatief van de Leidse Universiteit en NRC Handelsblad. De lezing was getiteld A Chair of Decency. De kerk zat vol. Onder het gehoor bevond zich onder meer H.A.F.M.O. van Mierlo, denkelijk de enige keer dat er een minister van defensie naar een Huizinga-lezing kwam luisteren.

“’Fatsoen’! Wat een gênant woord! Je moet jezelf vermannen om het uit te spreken. Maar een beter kon ik niet vinden’”, aldus de man op de preekstoel, die voortreffelijk declameerde: ‘Zodoende ben ik vanavond met lege handen bij u gekomen, en heb geen Doeleinden als geschenken bij me, want geen Doel is zo verheven dat het een harteklop meer waard is dan Fatsoen van Middelen. Want alles wel beschouwd is Fatsoen van Middelen het Doel der Doeleinden.’

Deze Huizinga-lezing was een mooi, slingerend essay over – als de zaak dan toch een naam moet krijgen – ethiek. Die speelt in het werk van Themerson natuurlijk overal een rol, maar misschien het meest expliciet in het kleine essay dat factor T heet. Dat is nooit vertaald, maar Hedda Martens schreef er in Raster 85, Themerson & Themerson, een goed stuk over met als ondertitel ‘Over de biologie van de ziel’.

Stefan Themerson, Een leerstoel in fatsoen: Huizinga-lezing 1981, Athenaeum–Polak & Van Gennep, 1982; de lezing werd opgenomen in de bundel ‘Alle cultuur is streven’: De verzamelde Huizinga-lezingen 1972-1986, Bert Bakker, 1987

Generaal Piesc

Generaal Piesc of Het geval van de vergeten missie verscheen in een beperkte oplage als jaarwisselingsgeschenk van uitgeverij De Bezige Bij, in 1988. Het omslag is van Joost Swarte.

Generaal Piesc (spreek uit: pjensjt; het Poolse woord betekent ‘vuist’, waarbij te denken is aan Faust) is een mooie en raadselachtige vertelling. Een Poolse generaal wint in Londen de lotto. Hij koopt een nieuwe regenjas met grote zakken, in een waarvan hij een dienstrevolver stopt, met één patroon. Hij steekt zijn Britse paspoort bij zich en lijkt zijn appartement voor altijd te verlaten.

Generaal Piesc is zowel raadselachtig als spannend. Het is geen doen om dit verhaal, deze novelle, deze korte roman samen te vatten. De personages komen ook al voor in Themersons eerdere roman Kardinaal Pölätüo. In Raster 85 heeft K. Michel, bewonderaar en kenner van het werk, een overzichtje gegeven van ‘Wie is wie in vier romans’ van Themerson. Zie aldaar. Maar zulke kennis, vindt de vertaler, is niet vereist om Generaal Piesc prachtig proza te kunnen vinden.

Stefan Themerson, Generaal Piesc of Het geval van de vergeten missie, vertaling Nicolaas Matsier, De Bezige Bij, 1988; opgenomen in de verzamelbundel Stefan Themerson, Woeff Woeff en ander proza, De Bezige Bij, 2003

Het Boek Genesis

Voorzover het om verhalen gaat is Genesis het omvangrijkste bijbelboek (nog omvangrijker is Psalmen, maar dat zijn gedichten). In het eerste boek van de Hebreeuwse bijbel is de hoofdmoot te vinden van de oud-testamentische verhalen die zo’n lang en breed spoor hebben getrokken in de beeldende kunst van Europa. Het zijn vaak verbazend korte verhalen: de schepping, de verdrijving uit het paradijs,  de toren van Babel, de ark van Noach, en ga zo maar door, tot en met de – veel langere – prachtige verhalen rond Jozef. Het is een oud boek met een grote hoeveelheid in onze moderne verwende literaire ogen verrassend beknopte verhalen.

Robert Crumb, befaamd Amerikaans tekenaar, heeft het boek Genesis verstript. Daarbij heeft hij de complete tekst van de vijftig hoofdstukken in ere gehouden: zowel de vertellende tekst als de in ballonnen ondergebrachte directe rede van de enorme stoet van personages die dit bijbelboek bevolken.

De tekst waar de tekenaar van uitging was de vertaling van de hand van de eminente Amerikaanse hebraïcus en literatuurwetenschapper Robert Alter. Deze blijft dicht bij het Hebreeuws, net zoals langer geleden de Engelse King James Version dat deed. En zoals dat ook in het Nederlands van de zeventiende-eeuwse Statenvertaling gebeurde. Op uitnodiging van uitgeverij De Harmonie nam Nicolaas Matsier het werk van de vertaling op zich, een arbeidsintensieve puzzel die hij naar beste vermogen gelegd heeft. Het leverde hem de Stripschapspenning 2009 op.

Het Boek Genesis, getekend door R. Crumb, vertaling Nicolaas Matsier, De Harmonie, Oog & Blik, Vrijdag, 2009

Journaal van een reis naar Rusland

Lewis Carroll was een groot, om niet te zeggen een verwoed wandelaar. Maar wat je noemt een reiziger was hij bepaald niet. Dat hij, samen met een vriend, een reis heeft gemaakt naar een Parijse Wereldtentoonstelling en aansluitend naar Rusland mag bijna een wonder heten. Hierna is hij nooit meer buiten Engeland geweest.

De reis vond plaats in 1867, twee jaar na het verschijnen van Alice’s Adventures in Wonderland. Het verslag is nooit voor publicatie bestemd geweest. Als afzonderlijk reisdagboek heeft het bovendien een aparte status: het staat los van het (nogal zakelijke en droge) dagboek dat hij jaar in, jaar uit placht bij te houden. Hij was een man van de controle.

Het Journaal van een reis naar Rusland in 1867, een jaar of veertig na zijn dood gepubliceerd, heeft de charme van een nu compleet uitgestorven toerisme. Elk beeld en elk schilderij in elke bezochte kerk worden plichtsgetrouw bezichtigd en beschreven. En passant ziet de lezer ook hoezeer Carroll op de penning is en hoe hij, zonder camera, kleine meisjes tekent. Net als in Alice munt de schrijver uit in dialoog.

“’Ah, koffie – heel fijn. En eieren. Ham bij uw eieren? Heel fijn.’ – ‘Met de dooier graag heel,’ zei ik. ‘Heel graag met de dooier?’ herhaalde de ober met een ongelovige glimlach. ‘Met de dooier graag heel,’ verklaarde ik weer. De ober wuifde het onderscheid als triviaal opzij. ‘Ja, ja, ham,’ herhaalde hij, tot zijn oorspronkelijke idee terugkerend. ‘Ja, ham,’ zei ik, ‘maar hoe gekookt?’ ‘Ja, ja, hoe gekookt,’ gaf de ober ten antwoord.”

Lewis Carroll, Journaal van een reis naar Rusland in 1867, vertaling Nicolaas Matsier, Hoogland & Van Klaveren, 2001

 

Letters vangen in een net

Soms verandert een Gouden Boekje van titel en van omslag. Het Amerikaanse Chipmunk’s ABC (1963) werd, uitgegeven door De Bezige Bij, Letters vangen in een net. Eenmaal aangeland bij de volgende uitgever van de beroemde kartonnen boekjes, Rubinstein, kreeg het boekje zijn oorspronkelijke titel terug: Eekhoorntjes ABC. Een beetje gedoe met woorden en plaatjes vormt de achtergrond van een en ander. Woord en ding of woord en dier blijven in een vertaling niet per se bij elkaar horen. Ze gaan dus schuiven, de letters van het alfabet en de plaatjes.

Roberta Miller (tekst), Richard Scarry (illustraties), Letters vangen in een net, vertaling Nicolaas Matsier, De Bezige Bij, 1998

Konijntje Loos

Funny Bunny verscheen in 1950. Het werd in 1996 als Konijntje Loos vertaald door Nicolaas Matsier. De zaak zit zo. Alle dieren in het bos hebben staarten, maar Konijntje Loos niet. Dat is niet prettig en al die andere dieren met hun staarten vinden hem raar.

Konijntje Loos vindt er wat op. Met een kleverig klompje dennehars plakt hij ‘het witste, donzigste, rondste en nieuwste plukje katoen van het hele katoenveld’ – ‘precies op de plek waar gewoonlijk staarten zitten!’

Rachel Learnard (tekst), Alice en Martin Provensen (illustraties), Konijntje Loos, vertaling Nicolaas Matsier, De Bezige Bij, 1996; herdrukt, Rubinstein, 2009

Logica, etiketten en vlees

Toen de bundel essays Logica, etiketten en vlees in 1979 bij De Bezige Bij verscheen, bestond Stefan Themerson – als vertaalde Engelstalige auteur – al wel in het Nederlands. Door Gust Gils en Freddy de Vree waren er twee romans vertaald, waarvan één (Kardinaal Pölätüo) met een aanbeveling van W.F. Hermans. Matsiers route naar Themerson verliep via de Amsterdamse Athenaeum Boekhandel, waar een boek zijn aandacht trok door het buikbandje met een aanbeveling van Bertrand Russell.

Het zat om een roman die Professor Mmaa’s Lecture heette. Die was gesitueerd in een termietenstaat. Alle personages in het boek zijn termieten: de studenten die het college bijwonen, professor Mmaa zelf, de zogeheten wet-nurses, enz. Het was bizar dat zo’n roman, wel een jaar of vijftien na de publicatie, daar zomaar ergens kon liggen. Matsier nam het boek mee, las het, en dacht erover het te vertalen. Maar daar is het nooit meer van gekomen.

Vervolgens was het de al genoemde essaybundel Logic, Labels, and Flesh uit 1974 die hij erg aantrekkelijk vond – net als zijn mederedacteuren van De Revisor, vooral Tom van Deel en Dirk Ayelt Kooiman. Het boek, zeldzaam voor een bundel essays, bevatte talrijke illustraties: tekeningen, foto’s, diagrammen. Het titel-essay, ‘Logica, etiketten en vlees’ en ‘Anatomie van het lachen’ verschenen in vertaling in De Revisor.

In het essay ‘Hoeveel geschiedenis hebben we nodig?’ luidt Themersons natuurwetenschappelijk getinte antwoord op die vraag: zo weinig mogelijk. Maar daarin speelt zeker ook zijn afkeer mee van de door hem meegemaakte geschiedenis. De Tweede Wereldoorlog veranderde hem van iemand die in Polen en in het Pools, en van iemand die in Frankrijk en in het Frans, tot iemand die ten slotte in Engeland en in het Engels schreef.

Belangstelling voor zijn biografie, ook een vorm van geschiedenis, stelde hij niet op prijs. Lezers die daarin toch geïnteresseerd zouden zijn, kunnen terecht in het prachtige documentaire boek Unposted Letters, samengesteld door Jasia Reichardt. Over dat boek en over Fifteen Journeys van laatstgenoemde schreef Matsier een stuk in De Gids. Het is gemakkelijk te vinden op het internet en  heet ‘De oorlog zo klein mogelijk houden’.

Stefan Themerson, Logica, etiketten en vlees, vertaling Nicolaas Matsier, De Bezige Bij, 1979

Meneer Bruis bouwt zijn huis

Van de hand van het echtpaar Stefan en Franciszka Themerson verschenen in het vooroorlogse Polen tien educatieve kinderboeken. Die waren even informatief als speels. Stefan schreef, Franciszka illustreerde.

Deze non-fictie voor kinderen kon bijvoorbeeld gaan over het bouwen van huizen, en wat daarbij zoal komt kijken. Aan deze kinderboeken maakte de Tweede Wereldoorlog een eind. Het echtpaar belandde ten slotte in Londen en begon daar een nieuw leven. Beider families kwamen om in het ghetto van Warschau.

Van de vooroorlogse productie overleefde eigenlijk maar één boekje de oversteek naar Engeland. Dat was de vertaling/bewerking van het laatste Poolse kinderboek, Pan Tom Buduje Dom (1938). De vertaling/bewerking kwam in 1951 uit als Mr. Rouse Builds His House. Het boekje verscheen bij de eigen, altijd klein gebleven, uitgeverij van de Themersons, de Gaberbocchus Press.

Pan Tom werd een Engels heertje met bolhoed. Nicolaas Matsier vertaalde het kleine vierkante boekje als Meneer Bruis bouwt zijn huis. Het gaat over bouwen en tekenen; soorten onderkomens (slakkenhuizen, vogelnesten, paalwoningen, pagodes); vervoer (paard en wagen, bus, trein, vliegtuig); licht en verlichting; hoe het moet met water; soorten klokken (waterklok, polshorloge, wekker).

Stefan Themerson, Meneer Bruis bouwt zijn huis, illustraties Franciszka Themerson, vertaling Nicolaas Matsier, De Bezige Bij, 1983