De kernproblemen van de filosofie

Achteraf beschouwd nam Nicolaas Matsier met zijn beide eerste publicaties-in-boekvorm afscheid van zijn beide studies: klassieke talen en filosofie. Want in 1971 verscheen De tocht der tienduizend, van de klassieke Griek Xenofon en in 1976 – het jaar waarin ook het literaire debuut van Matsier, Oud-Zuid, verscheen – kwam De kernproblemen van de filosofie uit, een boek van de Brit Alfred Ayer, befaamd vertegenwoordiger van de angelsakische analytische filosofie.

Beide boeken verschenen nog onder zijn geboortenaam Tjit Reinsma. Xenofon vertaalde hij samen met zijn schoolvriend Gerard Koolschijn, Ayer met twee bevriende medestudenten filosofie, Henriët Plantenga en Alwin Schogt. Van wie de eerste overigens in 1982 als Hedda Martens zou debuteren met de verhalenbundel Sjibbolet.

Alfred Ayer, De kernproblemen van de filosofie, vertaling Henriët Plantenga, Tjit Reinsma, Alwin Schogt, Het Spectrum, 1976; een tweede druk kwam in 1987 uit bij Kok Agora en Pelckmans