De vlam van een kaars

La flamme d’une chandelle, van Gaston Bachelard, verscheen in 1961. Bachelard, hoogleraar filosofie aan de Sorbonne, was een essayist in hart en nieren. Een heel bijzondere essayist die weefsels maakte uit het materiaal dat zijn lectuur van filosofie, maar vooral literatuur, en bovenal poëzie, hem aanleverde.

Om het vuur, als een van de vier elementen, ging het hem al in La psychanalyse du feu (1938). Nogmaals, en nu voor het laatst, boog hij zich over het vuur in de bescheiden vorm van het levende kaarslicht: ‘het kleine licht’. Het boekje verscheen in het jaar voor zijn dood. Het gaat over wat de auteur het gehumaniseerde licht noemt – dat van de kaars, die onze avonden tot ver in de negentiende eeuw vergezeld heeft, en die hij zelf als kind, als scholier en als student nog goed gekend heeft.

Bachelard is een essayist van de cirkelende beweging. De vlam van een kaars – een boekje dat, vertaald door Nicolaas Matsier, deel uitmaakt van een aan Bachelard gewijd nummer van Raster – grossiert in beelden. Het zijn beelden ontleend aan poëzie en literatuur. Onder ‘beelden’ verstaat Bachelard iets als levende, in de taal tot werking komende, vormen van denkend en interpreterend zien – een zien bezijden alle wetenschappelijke kennis.

Juist doordat Bachelard volstrekt ondogmatisch is en theorievorming eerder lijkt te wantrouwen dan toe te juichen, blijft hij als denker een springlevende indruk maken – ook al is zijn stijl misschien die van een oudere generatie. Maar spreken niet in iedereen eerdere generaties mee? Wij, die Bachelards achterkleinkinderen hadden kunnen zijn, kunnen hem toch nog uitstekend volgen.

Raster 116: Gaston Bachelard, denker in beelden, De Bezige Bij, 2006; een publicatie in boekvorm van Matsiers vertaling van De vlam van een kaars is voorgenomen bij uitgeverij Parrèsia.